779 : Gauksmyri Lodge, IJsland

blader omlaag

Ik waan mezelf ondergedompeld in Midden Aarde.

Boeiende namen als Hellisandur, Grundarfjörður of Pingvellir lijken zo uit het briljante brein van Tolkien te zijn ontsproten. Moeilijk te onthouden, dat wel. Zelfs Garmin Truus verspreekt zich regelmatig.

Het wegdeksel is vandaag wat harder. Zelfs geen rivieren om Evert te vermaken. Gisteren toverde hij bijna een waterwheelie maar bereikte desalniettemin droog de overkant. Die drie centimeters water in zijn laarzen tellen voor het gemak niet mee. Alles om een dag langer met je sokken te doen…

De saga van de lavavelden van Berserkjahraun had me thuis al te pakken. De overlevering verhaalt over een boer die ongewenst de hand van zijn dochter beloofd had in ruil voor een onmogelijk pad door het lavaveld. Toen zijn kolossale Zweedse knechten tegen alle verwachtingen in hun geliefde beloning opeisten heeft de brave boer ze omgelegd.


 
De plek past prima bij het verhaal. Als wij anno 2018 als moderne ruiters behoedzaam over het beruchte pad galloperen raken we in de ban van de meest grillige rotsformaties. Het fluweelzachte mos flankeert in alle denkbare kleuren groen het donkere lavagesteente. Er zijn slechtere plaatsen om met een hoofd vol liefde het leven te laten.

De weg meandert tussen kolossale rotsformaties en meren door. Je komt ogen en fotomomenten te kort. Onze dagbestemming, de rots van Kirkjufell blijkt daarentegen een deceptie. Trossen toeristen verdringen elkaar om dat prachtige plaatje uit de reisgids te schieten. Kansloos. We geven gauw weer gas.

Vanaf de straf dalende weg schittert een zandstrand in de zon. Ik kan het weer niet laten. Evert wacht op veilige afstand en vreest mij uit de blubber te moeten trekken. Maar zeg nou zelf? Wie van jullie heeft er een strandfoto met zijn motor voor de Noordelijke IJszee?

In Olafsvik aan de koffie gezeten informeert de serveerster ons over de walvissen die vandaag even verderop onbedoeld in de haven zijn gezwommen. Uit zichzelf draaien ze er niet uit. Het zou een fantastische brenger zijn. Als we op tijd waren geweest… Een IJslandse ooggetuige bericht ons van mannen in boten die ze even tevoren voorzichtig uit de haven hebben gedreven. Jammer voor ons maar veel beter zo voor die prachtige beesten.

Menigeen heeft me gewaarschuwd voor volle slaapgelegenheden in het hoogseizoen. Eenmaal hier krijgt het er alle schijn van dat we onze hele kampeeruitrusting voor niets meezeulen. Overal is er plenty plek en Booking.com werkt als een zonnetje. Vandaag hebben we vanaf het terras een guesthouse aan de overkant geboekt. Bij de receptie staat een bordje met aanwijzingen hoe je met de gekregen code je kamer gemakkelijk kunt openen. Code? Welke kamer? En het telefoonnummer dat in vriendelijke taal wordt aangeboden zwijgt in alle toonaarden. Genietend van een glaasje bellen we Booking. Lekker zo’n wachtmuziekje bij de borrel.

Men gaat er waarachtig werk van maken. Als de eigenaar niet binnen 30 minuten reageert zoekt men voor ons alternatief logement in de buurt. Prijsverschil wordt door Booking geregeld. Plots staat er een Bulgaarse mijnheer voor onze neus. Helaas is mijn Bulgaars nog stoffiger dan het Engels van deze sprakeloze redder. Hij lacht een keer allervriendelijkst als Evert hem een borrel aanbiedt en bedient zich vervolgens van een grote verdwijntruc. Tijd voor het wachtmuziekje…

Een stief kwartiertje en 8 kilometers verder staan we voor het alternatieve hotel. Weer zo’n bordje. Is dat niet hetzelfde nummer als het vorige? De buitentemperatuur beweegt zich omgekeerd evenredig met die van Evert. Gelukkig blijken ze deze keer wel wakker aan de andere kant. We dumpen onze bagage, schieten in een spijkerbroek en openen de jacht op wat een voortreffelijk avondmaal zou worden.

Met een volle buik en een bewogen dag onder de riem hebben mijn oogleden weinig aansporing nodig. Als ze weer opengaan is het tijd voor ontbijt. Nu snappen we waar die Bulgaarse redder wel goed in is. Hij lacht net zo vriendelijk als gisteren…

Ver nadat het asfalt wederom verdwenen is zie ik de bodem van mijn reservetank sneller dan de bewoonde wereld. Alle windrichtingen tonen dezelfde lege horizon. Op de laatste benzinedampen pruttel ik naar het erf van een eenzame boerderij. De stoïcijnse boer verkoopt ons een paar liter voor meer dan een handvol kronen. Deze ontmoeting zal hem doen twijfelen aan het agrarische leven. Big business zit in een jerrycan!


 
In Búðardalur schuiven Eggert en Baldur bij ons aan de lunchtafel. Na een weekeindje gemotoriseerd sparren in de Westfjorden reden zij retour naar Reykjavik. Motormuizen onder elkaar. Altijd gezellig en nimmer saai. Eggert vertelt hoe zijn snuiftabak hem tot grotere hoogtes brengt. Evert durft het bijna niet te vragen… Een stevige snuif en zijn tranen schieten uit alle denkbare holtes.

En zo ervaar ik van heel dichtbij hoe zo’n Bezerker er uit moet hebben gezien.

Volg de MidlifeCRUISER ook live per satelliet

6 Reacties

  1. Wat ziet dat er geweldig uit. Wat een mooi land. Goede reis nog verder, ik kan niet wachten op de volgende foto’s en verhalem

  2. Wat schitterend die omgeving en weer een schitterend verhaal het gaat jullie goed boys en op naar het volgend verhaal

  3. Mooi verhaal Wilco,
    Zo maken we toch allemaal jullie avonturen een beetje mee.
    Mooie foto’s ook, Evert staat er ook geweldig op , dat krijg je nou van dat gesnuif.

  4. Je moet eens proberen om een kinderboek te gaan schrijven…je verhalen maken je reis iets magisch:-)

Gesloten voor reacties